Pacman

‘Pacman’

De ‘pacman’ figuur laat schematisch zien hoe een wijk er voor staat op de domeinen:
• fysiek (bijvoorbeeld leegstand van panden, openbare ruimte, woonbeleving)
• veiligheid (bijvoorbeeld criminaliteit, overlast) en
• sociaal (bijvoorbeeld opleiding, werk en inkomen, omgang met buurtbewoners en binding met de buurt).
Elk domein is weergegeven in een kwart van de cirkel. Het linker kwart staat voor de fysieke index, het middelste kwart voor de veiligheidsindex en het rechter kwart voor de sociale index.

Alle cijfers van alle wijken samen zijn het gemiddelde van Rotterdam. De kleuren per gebied laten zien of het onder of boven het gemiddelde is van Rotterdam. In de legenda ziet u de betekenis van elke kleur (opvraagbaar via het menu > legenda tonen).

Diefstal - objectief

Dit thema beschrijft de diefstallen in de wijk. Het gaat hier om de geregistreerde diefstallen per 1.000 inwoners in de wijk van:

  • motorvoertuigen (auto/motor e.d.)
  • fietsen en brom- en snorfietsen
  • bezittingen of onderdelen uit auto’s, dan wel er vanaf gestolen onderdelen (zoals velgen of wielen)
  • zakkenrollerij.

Diefstal - subjectief

Dit thema geeft weer in welke mate wijkbewoners aangeven of diefstal in hun wijk een probleem is en hoe vaak zij zelf slachtoffer zijn geweest van diefstal van:

  • fietsen
  • auto’s
  • bezittingen buiten de woning, bijvoorbeeld uit de tuin
  • zakkenrollerij.

Geweld - objectief

Dit thema beschrijft de mate waarin geweld plaatsvindt in de wijk. Het gaat om geregistreerde geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners in de wijk. Hieronder valt:

  • openlijke geweldpleging
  • bedreiging
  • mishandeling
  • straatroof
  • overval
  • zedenmisdrijf.

Geweld - subjectief

Dit thema geeft weer in welke mate wijkbewoners aangeven of geweld in hun wijk een probleem is en hoe vaak zij zelf slachtoffer zijn geweest van geweld, zoals:

  • geweldsdelicten
  • bedreiging
  • tasjesroof met geweld en
  • mishandeling.

Inbraak - objectief

Dit thema beschrijft de mate waarin inbraak in de wijk plaatsvindt. Het gaat om geregistreerde inbraken per 1.000 inwoners in de wijk in:

  • woningen
  • garage, schuur, tuinhuis, berging en dergelijke.

Inbraak - subjectief

Dit thema geeft weer in welke mate wijkbewoners aangeven of inbraak in hun wijk een probleem is en hoe vaak zij zelf slachtoffer zijn geweest van inbraak. Het gaat om:

  • inbraak in woningen en
  • poging tot inbraak.

Vandalisme - objectief

Dit thema beschrijft de mate waarin vandalisme in de wijk plaatsvindt, zoals:

  • vernieling of beschadiging van objecten
  • meldingen van kleine buitenbranden, waar de brandweer op af gaat
  • graffiti in de buitenruimte, zoals waargenomen via een geobjectiveerde schouw (productnormering Stadsbeheer).

Vandalisme - subjectief

Dit thema geeft weer in welke mate wijkbewoners aangeven of vandalisme in hun wijk een probleem is en hoe vaak zij zelf slachtoffer zijn geweest van vandalisme. Het gaat hier om:

  • bekladding van muren of gebouwen (zoals graffiti)
  • vernieling van bus/tramhokjes, vuilnisbakken, zitmeubilair, speeltoestellen en dergelijke
  • beschadiging of vernieling aan auto’s en diefstal vanaf auto’s, bijvoorbeeld wieldoppen en dergelijke.

Overlast - objectief

Dit thema beschrijft de mate waarin in de wijk overlast in de openbare ruimte plaatsvindt. Het gaat hier om:

  • meldingen over drugshandel of drugsgebruik
  • meldingen over conflicten (ruzies) in de openbare ruimte
  • meldingen over een of meer personen die overlast veroorzaken in de openbare ruimte.

Overlast - subjectief

Dit thema geeft weer in welke mate wijkbewoners vinden dat verschillende vormen van overlast in hun wijk een probleem is en hoe vaak zij zelf overlast ervaren. Het gaat hier om:

  • jongerenoverlast
  • drugsoverlast
  • mensen die worden lastig gevallen op straat
  • overlast door omwonenden in de buurt.

Capaciteiten - objectief

Dit thema geeft een beeld van de capaciteiten van bewoners in de wijk. Capaciteiten zijn de persoonlijke hulpbronnen die mensen nodig hebben om in de samenleving te kunnen participeren. Daarbij gaat het onder andere om de hoogte van het inkomen, de afwezigheid van schuldenproblematiek, het opleidingsniveau en gezondheid van bewoners. Maar ook om kennis van het formele netwerk voor sociale dienstverlening. Hoe meer hulpbronnen mensen tot hun beschikking hebben, hoe beter hun positie is.

De objectieve indicatoren die in dit thema zijn weergegeven zijn:

  • inkomenspositie: hoogte van het huishoudinkomen, uitkeringsafhankelijkheid en schuldenproblematiek
  • opleidingsniveau: deelname op Havo/VWO niveau, voortijdig schoolverlaten en de beschikking over een startkwalificatie
  • gezondheid: voortijdige sterfte en arbeidsongeschiktheid
  • taal en achterstandsgroepen: het niet hebben van een diploma in het voortgezet onderwijs en bewoners die in het buitenland geboren zijn en een korte verblijfsduur in Nederland hebben
  • bekendheid met de dienstverlening van diverse maatschappelijke voorzieningen.

Capaciteiten - subjectief

Dit thema geeft een beeld van hoe bewoners hun eigen capaciteiten waarderen. Het betreft het oordeel van mensen over hun eigen financiële situatie, over hun gezondheid, hun taalbeheersing, hun praktische zelfredzaamheid en mentale weerbaarheid. Deze aspecten zijn allemaal van belang voor deelname in de samenleving.

De subjectieve indicatoren die in dit thema weergegeven zijn:

  • oordeel over hoe goed men kan rondkomen met het huishoudinkomen
  • oordeel over de gezondheid en het ervaren van belemmeringen
  • oordeel over de taalbeheersing (lezen, schrijven, spreken) en behoefte aan taalhulp
  • oordeel over de mate van zelfregie (stellingen over in hoeverre men controle heeft over het leven).

Leefomgeving - objectief

Dit thema gaat over de voorwaarden in de leefomgeving van bewoners, die participatie en binding mogelijk maken en kunnen bevorderen. Het heeft betrekking op de mate waarin mensen contact hebben met hun buurtgenoten of de mate waarin men kan beschikken over passende huisvesting (d.w.z. er is een goede verhouding tussen het aantal personen en het aantal kamers in huis). Ook de vraag of er laagdrempelige informatie- en adviesvoorzieningen op het gebied van zorg en welzijn binnen redelijke afstand beschikbaar zijn, is binnen dit thema meegewogen.

De objectieve indicatoren die in dit thema zijn weergegeven zijn:

  • buurtcontacten: minimaal één keer per week contact hebben met buren en overige buurtgenoten
  • passende huisvesting en
  • nabijheid Vraagwijzer en Centrum voor Jeugd en Gezin.

Leefomgeving - subjectief

Dit thema gaat over de voorwaarden in de leefomgeving van bewoners die van invloed zijn op de mate waarin mensen in hun directe leefomgeving meedoen en zich met hun buurt verbonden voelen. Het gaat daarbij onder andere om de omgang van buurtbewoners met elkaar. Bewoners werd ook gevraagd naar hun oordeel over de beschikbaarheid van wijkvoorzieningen, zodat mensen deel kunnen nemen aan activiteiten en contacten met medebewoners op kunnen bouwen. Tenslotte gaat het over de mate waarin de gemeente initiatieven in de buurt ondersteunt.

De subjectieve indicatoren die in dit thema zijn weergegeven zijn:

  • oordeel aantrekkelijkheid sociale woonomgeving
  • oordeel aanwezigheid sociaal culturele wijkvoorzieningen
  • oordeel aantrekkelijkheid gemeente.

Meedoen - objectief

Dit thema gaat over meedoen in de samenleving. Deelname via werk en school zorgt voor een bijdrage aan de maatschappij (meer sociale cohesie, grotere collectieve welvaart). Voor de individuele burger betekent het ook het verwerven van inkomen, ontwikkeling van vaardigheden en versterking van het gevoel van eigenwaarde). Vrijwilligerswerk en mantelzorg zijn vormen van maatschappelijke inzet om anderen te helpen. Deelname aan vrijetijdsactiviteiten leidt tot de ontwikkeling van talenten, het stimuleren van participatie en het bevorderen van contact met anderen.

De objectieve indicatoren die in dit thema zijn weergegeven zijn:

  • indicatoren m.b.t. werk en school
  • maatschappelijke inzet via vrijwilligerswerk en mantelzorg
  • vrijetijdsactiviteiten, zoals cultuur, sport, verenigingsleven en uitgaan
  • sociale contacten met familie, vrienden, buren en buurtgenoten.

Meedoen - subjectief

Dit thema gaat over hoe bewoners het meedoen in de samenleving persoonlijk beleven. Het geeft een beeld van het oordeel van bewoners over hoe zij zelf meedoen in de samenleving. Maar ook de vraag of zij zich in de samenleving geaccepteerd voelen en de mate waarin zij ervaren over een sociaal netwerk te kunnen beschikken is in dit thema meegewogen.

De subjectieve indicatoren die in dit thema zijn weergegeven zijn:

  • oordeel meedoen
  • oordeel discriminatie
  • oordeel sociale steun.

Binding - objectief

Dit thema gaat over de verbondenheid van bewoners met hun buurt en de stad. Het geeft een beeld van de betrokkenheid en de verantwoordelijkheid die bewoners voelen en nemen voor hun directe leefomgeving. Woonduur, verhuisbewegingen en de mate waarin bewoners zich voor hun buurt inzetten zijn de onderliggende indicatoren. Een laag aantal mutaties en een lange woonduur staan voor een hoge binding met de buurt.

De objectieve indicatoren die in dit thema zijn weergegeven zijn dus:

  • gebondenheid buurt: mutatiegraad, lange woonduur in de buurt en actieve inzet voor de buurt
  • gebondenheid stad: lange woonduur in de stad.

Binding - subjectief

Dit thema geeft aan hoe bewoners de verbondenheid met hun buurt en de stad beleven. De binding met de buurt komt onder andere tot uiting in de mate waarin bewoners trots zijn op hun buurt, zich verantwoordelijk voelen over de leefbaarheid in hun buurt en vertrouwen hebben in de gebiedscommissie. De binding met de stad betreft de mate waarin men zich verbonden voelt met de stad, met het vertrouwen dat men heeft in de toekomst van de stad en de verwachte vooruitgang en met het vertrouwen in het gemeentebestuur.

De subjectieve indicatoren die in dit thema zijn weergeven zijn:

  • oordeel buurtgevoel
  • oordeel stadgevoel.

Vastgoed - objectief

Dit thema geeft een beeld van de kwaliteit van woningen en de bebouwing in de buurt en bestaat uit 4 onderdelen:

  • kwaliteit woningvoorraad, zoals het aandeel ‘kwetsbare’ woningen, WOZ-waarde en risico op funderingsproblemen
  • bewoning woningvoorraad, zoals leegstand, overbewoning
  • populariteit woningaanbod, zoals belangstelling voor huurwoningen en verkoopsnelheid van koopwoningen en
  • staat van onderhoud van de eigen woning, de naastgelegen panden en de bebouwing in de buurt in het algemeen, zoals beoordeeld door de bewoner.

Vastgoed - subjectief

Dit thema geeft een beeld van de tevredenheid van bewoners met hun woning en de aantrekkelijkheid van de bebouwing in hun buurt. Het bestaat uit de volgende onderdelen:

  • tevredenheid met de woning algemeen
  • tevredenheid met diverse woningaspecten, zoals grootte, indeling, type, afmeting van bergruimte en buitenruimte
  • tevredenheid met het binnenklimaat, zoals isolatie en ventilatie
  • tevredenheid over de veiligheid van de woning
  • tevredenheid over de prijs-kwaliteit verhouding en
  • het oordeel over de aantrekkelijkheid van de bebouwing in de buurt.

Openbare ruimte - objectief

Dit thema gaat over de beeldkwaliteit van de openbare ruimte en de verkeersveiligheid in de buurt. Voor de beeldkwaliteit wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde productnormering van cluster Stadsbeheer, waarbij via regelmatige schouwen het kwaliteitsniveau op meetpunten in de wijk wordt bepaald. Het thema bestaat uit de onderdelen:

  • schoon: zwerfvuil, prullenbakken, uitwerpselen, bekladding en onkruid
  • bestrating
  • straatmeubilair
  • openbaar groen en
  • verkeersveiligheid: verkeersongevallen.

Openbare ruimte - subjectief

Dit thema geeft een beeld van de waardering van bewoners over de kwaliteit van de openbare ruimte en de verkeersveiligheid. Het bevat de volgende onderdelen:

  • schoon: rommel op straat, vuil naast de container
  • vernieling van straatmeubilair en bus-/tramhokjes
  • groen en water: de beschikbaarheid van kijk- en gebruiksgroen en de aantrekkelijkheid van water
  • onderhoud bestrating (stoepen en fietspaden)
  • verkeersveiligheid, waaronder veiligheid van stoepen en fietspaden, verkeersgedrag en aanrijdingen
  • tevredenheid over de toegankelijkheid van de wijk voor autoverkeer
  • tevredenheid over de kwaliteit van straatverlichting.

Voorzieningen - objectief

Dit thema geeft een beeld van de nabijheid van diverse voorzieningen in de buurt. Daarbij wordt enerzijds gekeken naar de afstand tot voorzieningen en anderzijds naar het aantal voorzieningen binnen bereik. Buurten met veel voorzieningen binnen bereik hebben een hoger voorzieningenniveau en scoren daarmee hoger. De volgende onderwerpenkomen aan de orde:

  • winkels voor de dagelijkse boodschappen
  • sport- en speelvoorzieningen
  • onderwijsvoorzieningen
  • eerstelijns zorgvoorzieningen
  • openbaar vervoer en
  • winkelproblematiek, zoals leegstand.

Voorzieningen - subjectief

Dit thema gaat in op de tevredenheid van bewoners met het voorzieningenaanbod en hun oordeel over de beschikbaarheid van diverse soorten voorzieningen in en rond hun woonbuurt. Het bevat de volgende onderdelen:

  • totaaloordeel aanbod voorzieningen
  • aanwezigheid dagelijkse voorzieningen
  • aanwezigheid eerstelijns zorgvoorzieningen
  • aanwezigheid sportvoorzieningen
  • aanwezigheid onderwijsvoorzieningen
  • aanwezigheid openbaar vervoer en
  • parkeervoorzieningen.

Milieu - objectief

Dit thema heeft betrekking op de kwaliteit van het milieu in de wijk. Daarbij wordt gebruik gemaakt van gegevens van de Milieudienst DCMR. Het thema bevat twee onderdelen:

  • luchtkwaliteit (de NO2 concentratie in de wijk)
  • geluidskwaliteit (de gemiddelde geluidsbelasting).

Milieu - subjectief

Dit thema geeft een beeld van de kwaliteit van het milieu zoals de bewoners dat beleven. In welke mate hebben bewoners te maken met stankoverlast, geluidsoverlast en wateroverlast. Het thema bevat dus drie onderdelen:

  • stankoverlast van verkeer, bedrijvigheid, riolering en water
  • geluidsoverlast van verkeer, bedrijvigheid en bouw-/sloopactiviteiten
  • wateroverlast in tuinen of binnenterreinen en onder woningen.

Fysieke index

De fysieke index (FI) bevat informatie over thema’s als:

  • woonbeleving
  • vastgoed
  • openbare ruimte
  • voorzieningen
  • milieu

Veiligheidsindex

De veiligheidsindex (VI) bevat informatie over thema’s als:

  • veiligheidsbeleving
  • diefstal
  • geweld
  • inbraak
  • vandalisme
  • overlast

Sociale index

De sociale index (SI) bevat informatie over thema’s als:

  • beleving kwaliteit van leven
  • capaciteiten
  • meedoen
  • leefomgeving
  • binding

Algemeen

De algemene score geeft een algemeen beeld. Wat is het algemene oordeel van de bewoners over hun wijk op de gebieden fysiek, sociaal en veiligheid.

Objectief

De objectieve score bestaat uit indicatoren die afkomstig zijn uit verschillende registraties of feiten uit de enquêtevragen. Rotterdammers zijn gevraagd naar feiten (zoals het behaalde opleidingsniveau) of gedragingen (zoals deelname aan maatschappelijke activiteiten).

Subjectief

De subjectieve score bestaat uit indicatoren die afkomstig zijn uit de enquêtevragen. Er is gevraagd naar meningen (zoals het hebben van vertrouwen in de overheid) en waarderingen (zoals tevredenheid over de woonsituatie).

Woonbeleving

Dit thema geeft een algemeen beeld van het wonen in een wijk. De tevredenheid over de woonsituatie geeft aan hoe prettig mensen in de wijk wonen en bepaalt in belangrijke mate of mensen plannen hebben om snel door te verhuizen. Wijken waar mensen naar tevredenheid wonen en niet uit willen vertrekken hebben een stevigere marktpositie dan wijken waar dat minder het geval is. Het thema bevat de volgende onderdelen:

  • woontevredenheid en
  • verhuisgeneigdheid.

Veiligheidsbeleving algemeen

Dit thema geeft een algemeen beeld van de door bewoners beleefde veiligheid in de wijk. Het is opgebouwd uit vragen over:

  • de tevredenheid over het wonen in de wijk
  • vermijdingsgedrag, zoals het ’s avonds de deur niet meer opendoen of het vermijden van plekken in de buurt die als ‘onveilig’ worden beoordeeld
  • de mate waarin bewoners denken dat zij zelf of iemand anders uit het huishouden kans loopt slachtoffer te worden van inbraak, zakkenrollerij, straatroof of mishandeling.

Algemene beleving kwaliteit van leven

Dit thema geeft een algemeen beeld van het oordeel van mensen over de kwaliteit van hun leven. Het kan worden gezien als een samenvattende belevingsscore voor de subjectieve dimensie van de Sociale Index.

De enige indicator in dit thema geeft weer hoe tevreden bewoners – alles overwegende (activiteiten buitenshuis, contacten met familie en vrienden, gezondheid en welbevinden en dergelijke) – zijn over de kwaliteit van hun leven.