Kralingen-Crooswijk
Kralingen-Crooswijk telde op 1 januari 2015 52.075 inwoners en heeft een oppervlakte van 10,5 km², het wordt begrensd door de rivier de Rotte in het westen, de A20 in het noorden, de A16 in het oosten en de Nieuwe Maas en de Goudsesingel in het zuiden. Binnen de grenzen van het stadsdeel ligt het grootste bos van Rotterdam, het Kralingse Bos.

Kralingen-Crooswijk

Vergelijk met 2014


  • definitieaantal inwoners
    2016:
    52.075
    2014:
    50.724
  • definitieaantal huishoudens
    2016:
    29.564
    2014:
    28.582
  • definitieaantal woningen
    2016:
    25.252
    2014:
    25.751
  • definitieaantal werkzame personen
    2016:
    21.368
    2014:
    21.742

Aantal inwoners

Definitie:
aantal inwoners dat staat ingeschreven in het bevolkingsregister van de Gemeente Rotterdam.

Bron 2016: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.

Bron 2014: GBA; bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2013.

Aantal huishoudens

Definitie:
een huishouden bestaat uit een of meer personen die een woonruimte bewonen en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien, dus exclusief huishoudens wonend in een instelling (institutionele huishoudens).

Bron 2016: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.

Bron 2014: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2013.

Aantal woningen

Definitie:
aantal verblijfsobjecten met tenminste een woonfunctie en eventueel een of meer andere gebruiksfuncties (bijvoorbeeld winkel of kantoor). Weergegeven is het aantal zelfstandige woningen, dus uitgezonderd wooneenheden met gemeenschappelijke voorzieningen, zoals studentenunits of zorgunits.

Bron 2016: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.

Bron 2014: peildatum 1-1-2013.

Aantal werkzame personen

Definitie:
werkzame personen zijn alle personen die betaald werk verrichten, ongeacht het aantal uren dat men werkt. Het hier getoonde betreft het aantal personen dat werkzaam is in het getoonde gebied, ongeacht hun woonplaats; men kan dus buiten het getoonde gebied wonen.

Bron 2016: Bedrijvenregister Zuid-Holland; bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.

Bron 2014: Peildatum 1-1-2013.

Aantal inwoners

Definitie: Aantal inwoners. Bron: GBA; bewerking OBI. Peildatum 1-1-2013

Aantal huishoudens

Definitie: Aantal huishoudens

Aantal woningen

Definitie: Aantal woningen

Aantal werkzame personen

Definitie: Aantal werkzame personen

Alle contextindicatoren

definitie

% personen tot 15 jaar

Definitie:
aantal inwoners in de leeftijdsklasse 0 tot 15 jaar.

Bron: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% personen van 15 tot 65 jaar

Definitie:
aantal inwoners in de leeftijdsklasse 15 tot 65 jaar.

Bron: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% personen van 65 jaar en ouder

Definitie:
aantal inwoners in de leeftijdsklasse 65 jaar en ouder.

Bron: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% autochtoon

Definitie:
autochtonen zijn personen van wie geen van de ouders buiten Nederland geboren is, ongeacht het eigen geboorteland (definitie CBS).

Bron: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% westers allochtoon

Definitie:
allochtonen zijn personen van wie tenminste een van de ouders buiten Nederland geboren is, ongeacht het eigen geboorteland (defintie CBS). Tot de westerse allochtonen worden personen gerekend met als herkomstgroepering een van de landen in de werelddelen Europa (excl. Turkije), Noord-Amerika en Oceanië of Indonesië of Japan.

Bron: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% niet-westers allochtoon

Definitie:
allochtonen zijn personen van wie tenminste een van de ouders buiten Nederland geboren is, ongeacht het eigen geboorteland (defintie CBS). Tot de niet-westerse allochtonen worden personen gerekend met als herkomstgroepering een van de landen in de werelddelen Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije.

Bron: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% eenpersoons huishoudens

Definitie:
huishouden bestaande uit een persoon.

Bron: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% paar zonder kind

Definitie:
huishouden bestaande uit twee volwassen personen, die gezamenlijk een huishouding voeren (gehuwd of samenwonenden), zonder kinderen.

Bron: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% paar met kind(eren)

Definitie:
huishouden bestaande uit twee personen en een of meer kinderen, die gezamenlijk een huishouding voeren.

Bron: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% eenouder huishoudens

Definitie:
huishouden bestaande uit een ouder en een of meer kinderen.

Bron: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% overige huishoudens

Definitie:
overige huishoudens.

Bron: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% huishoudinkomen laag

Definitie:
gestandaardiseerd huishoudinkomen is het besteedbaar inkomen, gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden, zodat een vergelijkbaar welvaartsniveau wordt weergegeven, ongeacht grootte en samenstelling van het huishouden. Zo worden inkomensniveaus van bijvoorbeeld alleenstaanden en gezinnen beter vergelijkbaar. Aan de hand van de landelijke verdeling van huishoudensinkomens worden lage, midden en hoge inkomensgroepen afgebakend. Daarbij wordt de onderste 40 van de landelijke inkomensverdeling als de groep ‘lage inkomens’ beschouwd.

Bron: Regionaal Inkomensonderzoek (RIO;CBS); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2014. Inkomens over belastingjaar 2013.


definitie

% huishoudinkomen midden

Definitie:
gestandaardiseerd huishoudinkomen is het besteedbaar inkomen, gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden, zodat een vergelijkbaar welvaartsniveau wordt weergegeven, ongeacht grootte en samenstelling van het huishouden. Zo worden inkomensniveaus van bijvoorbeeld alleenstaanden en gezinnen beter vergelijkbaar. Aan de hand van de landelijke verdeling van huishoudensinkomens worden lage, midden en hoge inkomensgroepen afgebakend. Daarbij wordt de middelste 40 van de landelijke inkomensverdeling als de groep ‘middeninkomens’ beschouwd.

Bron: Regionaal Inkomensonderzoek (RIO;CBS); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2014. Inkomens over belastingjaar 2013.


definitie

% huishoudinkomen hoog

Definitie:
gestandaardiseerd huishoudinkomen is het besteedbaar inkomen, gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden, zodat een vergelijkbaar welvaartsniveau wordt weergegeven, ongeacht grootte en samenstelling van het huishouden. Zo worden inkomensniveaus van bijvoorbeeld alleenstaanden en gezinnen beter vergelijkbaar. Aan de hand van de landelijke verdeling van huishoudensinkomens worden lage, midden en hoge inkomensgroepen afgebakend. Daarbij wordt de hoogste 20 van de landelijke inkomensverdeling als de groep ‘hoge inkomens’ beschouwd.

Bron: Regionaal Inkomensonderzoek (RIO;CBS); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2014. Inkomens over belastingjaar 2013.


definitie

% studenten

Definitie: personen met een inkomen uit studiefinanciering ten opzichte van alle inwoners in de wijk.

Bron: Regionaal Inkomensonderzoek (CBS-SSB); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2012. Inkomens over belastingjaar 2011.


definitie

% leefstijl - geel

Definitie:
de Grote Woontest is een onderzoek van SmartAgent waarbij gebruik wordt gemaakt van het BSR-model (Brand Strategy Research). Met dat segmentatiemodel worden belevingswerelden van mensen in kaart gebracht op basis van hun achterliggende waarden, behoeften en motieven. Het model kent twee dimensies die centraal staan in de sociale wetenschap: de sociologische (ego/groep) en de psychologische dimensie (introvert/extravert). Op deze wijze ontstaan vier belevingswerelden, van waaruit mensen denken en handelen. Het BSR-model deelt mensen aldus in in vier groepen met een overeenkomstig waarden- en behoeftenpatroon: de rode, de blauwe, de gele en de groene groep.

Geel: betrokkenheid en harmonie.
Geel hecht veel waarde aan sociale contacten in de buurt. Het gezin neemt een centrale positie in. De gele consument richt zich vooral op de woonwijken en is gecharmeerd van traditioneel en knus wonen.

Bron: SmartAgent; de Grote Woontest 2012.


definitie

% leefstijl - groen

Definitie:
de Grote Woontest is een onderzoek van SmartAgent waarbij gebruik wordt gemaakt van het BSR-model (Brand Strategy Research). Met dat segmentatiemodel worden belevingswerelden van mensen in kaart gebracht op basis van hun achterliggende waarden, behoeften en motieven. Het model kent twee dimensies die centraal staan in de sociale wetenschap: de sociologische (ego/groep) en de psychologische dimensie (introvert/extravert). Op deze wijze ontstaan vier belevingswerelden, van waaruit mensen denken en handelen. Het BSR-model deelt mensen aldus in in vier groepen met een overeenkomstig waarden- en behoeftenpatroon: de rode, de blauwe, de gele en de groene groep.

Groen: geborgenheid en zekerheid.
De groene groep is groepsgericht, maar kent een veel minder open karakter. Men beweegt zich in een kleine kring met familie en buren waarmee men intensieve contacten heeft. De woonambities zijn bescheiden.

Bron: SmartAgent; de Grote Woontest 2012.


definitie

% leefstijl - blauw

Definitie:
de Grote Woontest is een onderzoek van SmartAgent waarbij gebruik wordt gemaakt van het BSR-model (Brand Strategy Research). Met dat segmentatiemodel worden belevingswerelden van mensen in kaart gebracht op basis van hun achterliggende waarden, behoeften en motieven. Het model kent twee dimensies die centraal staan in de sociale wetenschap: de sociologische (ego/groep) en de psychologische dimensie (introvert/extravert). Op deze wijze ontstaan vier belevingswerelden, van waaruit mensen denken en handelen. Het BSR-model deelt mensen aldus in in vier groepen met een overeenkomstig waarden- en behoeftenpatroon: de rode, de blauwe, de gele en de groene groep.

Blauw: ambitie en controle.
De blauwe groep is zeer intensief en gedreven met zijn carrière bezig. Status wordt belangrijk gevonden. Blauw richt zich vooral op rustige, ruim opgezette woonmilieus, maar ook op (hoogwaardige) stedelijke locaties.

Bron: SmartAgent; de Grote Woontest 2012.


definitie

% leefstijl - rood

Definitie:
de Grote Woontest is een onderzoek van SmartAgent waarbij gebruik wordt gemaakt van het BSR-model (Brand Strategy Research). Met dat segmentatiemodel worden belevingswerelden van mensen in kaart gebracht op basis van hun achterliggende waarden, behoeften en motieven. Het model kent twee dimensies die centraal staan in de sociale wetenschap: de sociologische (ego/groep) en de psychologische dimensie (introvert/extravert). Op deze wijze ontstaan vier belevingswerelden, van waaruit mensen denken en handelen. Het BSR-model deelt mensen aldus in in vier groepen met een overeenkomstig waarden- en behoeftenpatroon: de rode, de blauwe, de gele en de groene groep.

Rood: vrijheid en flexibiliteit.
De rode groep is een consument met een vrije, eigenzinnige geest die onafhankelijkheid boven alles stelt. Rood heeft een stedelijke oriëntatie, zonder dat men daadwerkelijk ook stedelijk hoeft te wonen.

Bron: SmartAgent; de Grote Woontest 2012.


definitie

% bouwjaar tot 1945

Definitie:
woningen met een bouwjaar in de periode tot 1945.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% bouwjaar 1945-1968

Definitie:
woningen met een bouwjaar in de periode 1945 tot en met 1968. In dit jaar werden de eerste woningen opgeleverd waarvoor nieuwe bouwvoorschriften van kracht waren (Voorschriften en Wenken 1965).

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% bouwjaar 1969-1979

Definitie:
woningen met een bouwjaar in de periode 1969 tot en met 1979.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% bouwjaar 1980-1999

Definitie:
woningen met een bouwjaar in de periode 1980 tot en met 1999.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% bouwjaar vanaf 2000

Definitie:
woningen met een bouwjaar in de periode vanaf 2000.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% sociale huur

Definitie:
sociale huurwoningen zijn woningen in eigendom van toegelaten instellingen, die op grond van de Woningwet subsidie konden krijgen voor de bouw van woningen. Toegelaten instellingen staan beter bekend als woningcorporaties.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% particuliere huur

Definitie:
particuliere huurwoningen zijn woningen in eigendom van commerciele instellingen, zoals pensioenfondsen en beleggingsmaatschappijen, maar ook particuliere rechtspersonen die deze woningen niet zelf bewonen, maar verhuren aan anderen.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% koopwoning

Definitie:
koopwoningen zijn woningen in eigendom van particulieren ten behoeve van bewoning door henzelf, ook wel bekend als ‘eigenaar-bewoners’.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% eengezinswoning

Definitie:
woning met tenminste één door de toegangsdeur ontsloten vertrek op de begane grond of beletage, beide zonder opbouw van andere objecten.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% meergezinswoning met lift

Definitie:
woning die tesamen met andere woningen gelegen is in een bouwkundige eenheid en waarvan de toegangsdeur bereikbaar is via een gemeenschappelijke lift.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% meergezinswoning zonder lift

Definitie:
woning die tesamen met andere woningen gelegen is in een bouwkundige eenheid zonder ontsluiting door middel van een lift.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% woningtype onbekend

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% WOZ-waarde laag - tot 86.000 euro

Definitie:
woningen met een WOZ-waarde (waardepeildatum 1-1-2014) in de laagste 20 van de totale Rotterdamse voorraad. Het hierbij horende grensbedrag = 86.000 euro.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% WOZ-waarde middel - 86.000 tot 180.000 euro

Definitie:
woningen met een WOZ-waarde (waardepeildatum 1-1-2014) in de middelste 60 van de totale Rotterdamse voorraad. De hierbij horende ondergrens is 86.000 euro en bovengrens is 180.000 euro.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% WOZ-waarde hoog - vanaf 180.000 euro

Definitie:
woningen met een WOZ-waarde (waardepeildatum 1-1-2014) in de hoogste 20 van de totale Rotterdamse voorraad. Het hierbij horende grensbedrag = 180.000 euro.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

Balans inwoners-werkenden

Definitie:
percentage personen die in de wijk werken (werkenden) ten opzichte van het totaal van werkenden en inwoners in de wijk.

Bron: GBA (inwoners) en BRZ (werkenden); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% m2 objecten met woonfunctie

Definitie:
percentage van de totale oppervlakte (in vierkante meters) van gebouwde objecten in de wijk dat bestemd is voor de functie wonen.

Bron: Kadaster – Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG).
Peildatum 1-1-2013.


definitie

% m2 objecten met niet-woonfunctie

Definitie:
percentage van de totale oppervlakte (in vierkante meters) van gebouwde objecten in de wijk dat bestemd is voor andere functies dan wonen. Dat betreft bijvoorbeeld kantoorfunctie, industriefunctie, onderwijsfunctie, bijeenkomstfunctie, gezondheidszorgfunctie e.d.

Bron: Kadaster – Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG).
Peildatum 1-1-2013.