Kralingen-Crooswijk
Kralingen-Crooswijk telde op 1 januari 2015 52.075 inwoners en heeft een oppervlakte van 10,5 km², het wordt begrensd door de rivier de Rotte in het westen, de A20 in het noorden, de A16 in het oosten en de Nieuwe Maas en de Goudsesingel in het zuiden. Binnen de grenzen van het stadsdeel ligt het grootste bos van Rotterdam, het Kralingse Bos.

Kralingen-west

Vergelijk met 2014


Kralingen-West is een levendige wijk. Voor een groot deel wordt dit gebied omringd door water. De Boezem, die Kralingen en Crooswijk met elkaar verbindt, stroomt door Kralingen-West. De wijk bestaat uit zes verschillende buurten (Jaffa, Vredenoord, Jericho, Gashouderbuurt, Vlinderbuurt en Lusthof). Elke buurt heeft zijn eigen sfeer.

Historie

De vooroorlogse delen zijn populaire ‘gezellige’ wijken. Kralingen-West is overwegend een woongebied, met verschillende buurten en een grote variatie aan woningen. Het verbeteren van de woningen is nodig, vanwege de inrichting (jaren ’80) en de staat van het onderhoud.

De bewoners

Kralingen-West telt momenteel ruim 15.000 inwoners. De wijk is niet makkelijk te typeren. De buurten verschillen onderling sterk. Deze variatie is niet alleen een kenmerk, maar een kracht. Er zijn veel mensen werkzaam in de groot- en detailhandel, reparatie van auto’s en de sectoren onderwijs en gezondheids- en welzijnszorg.

Voorzieningen

Kralingen-West kent een groot aantal voorzieningen. Een keur aan winkels, restaurantjes en speciaalzaken typeren de omgeving. De wijk heeft ook groene activiteiten: aan de Kralingse Plaslaan ligt de Botanische Tuin Kralingen.

  • definitieaantal inwoners
    2016:
    15.658
    2014:
    15.357
  • definitieaantal huishoudens
    2016:
    8.678
    2014:
    8.628
  • definitieaantal woningen
    2016:
    7.892
    2014:
    8.011
  • definitieaantal werkzame personen
    2016:
    2.119
    2014:
    2.266

Aantal inwoners

Definitie:
aantal inwoners dat staat ingeschreven in het bevolkingsregister van de Gemeente Rotterdam.

Bron 2016: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.

Bron 2014: GBA; bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2013.

Aantal huishoudens

Definitie:
een huishouden bestaat uit een of meer personen die een woonruimte bewonen en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien, dus exclusief huishoudens wonend in een instelling (institutionele huishoudens).

Bron 2016: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.

Bron 2014: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2013.

Aantal woningen

Definitie:
aantal verblijfsobjecten met tenminste een woonfunctie en eventueel een of meer andere gebruiksfuncties (bijvoorbeeld winkel of kantoor). Weergegeven is het aantal zelfstandige woningen, dus uitgezonderd wooneenheden met gemeenschappelijke voorzieningen, zoals studentenunits of zorgunits.

Bron 2016: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.

Bron 2014: peildatum 1-1-2013.

Aantal werkzame personen

Definitie:
werkzame personen zijn alle personen die betaald werk verrichten, ongeacht het aantal uren dat men werkt. Het hier getoonde betreft het aantal personen dat werkzaam is in het getoonde gebied, ongeacht hun woonplaats; men kan dus buiten het getoonde gebied wonen.

Bron 2016: Bedrijvenregister Zuid-Holland; bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.

Bron 2014: Peildatum 1-1-2013.

Aantal inwoners

Definitie: Aantal inwoners. Bron: GBA; bewerking OBI. Peildatum 1-1-2013

Aantal huishoudens

Definitie: Aantal huishoudens

Aantal woningen

Definitie: Aantal woningen

Aantal werkzame personen

Definitie: Aantal werkzame personen

Contextindicatoren (type-3)

Functioneel gemengde (centrum)wijken

De functioneel gemengde wijken kenmerken zich met name door het grote aantal werkzame personen dat in de daar gevestigde bedrijven en instellingen werkt in verhouding tot het aantal mensen dat in deze wijken woont. Naast de werkzame personen komen er ook veel bezoekers naar de winkels en culturele voorzieningen in deze wijken. Het aandeel van de bebouwde omgeving met de functie werken of voorzieningen ligt er dan ook erg hoog. De mensen in deze wijken wonen relatief veel in appartementen en flats en relatief vaak met een korte woonduur, mede door het hoge aandeel studerenden. Er wonen weinig gezinnen met kinderen. De rode en blauwe leefstijl is de meest voorkomende.

Compacte stadswijken

Deze wijken zijn gelegen binnen de ?ruit? van snelwegen in Rotterdam. De bebouwing in deze wijken staat in een hoge dichtheid. Er staan relatief veel woningen met een lage WOZ-waarde, veel meergezinswoningen (gestapelde bouw zonder lift), veel huurwoningen en dan vooral ook een relatief groot aandeel particuliere huurwoningen, en veel kleine woningen. Er wonen relatief veel nieuwe Nederlanders (bewoners met een niet-westerse afkomst, eerste generatie met een verblijfsduur van minder dan 1 jaar in Nederland) en weinig ouderen. De meeste huishoudens hebben een laag inkomen, de hoge inkomensgroep komt slechts in bescheiden mate voor. De gele en groene leefstijl zijn de meest voorkomende.

Groenere stadswijken

Deze wijken zijn gelegen binnen de ?ruit? van snelwegen in Rotterdam. De woningdichtheid is er ook hoog, maar wat lager dan in de stadswijken A, en het aandeel koopwoningen is er gemiddeld genomen wat hoger. Veel woningen zijn ook van voor 1945, vaak gestapelde bouw zonder lift. De WOZ-waarde is er hoger dan in de stadswijken A. Er wonen wat vaker studenten en de midden en hoge inkomens komen er wat vaker voor dan in stadswijken A. De rode en gele leefstijl zijn er de meest voorkomende.

Groene buitenwijken

Deze wijken liggen buiten de ?ruit? van snelwegen of zijn naoorlogse uitbreidingswijken. De woningdichtheid is hier gemiddeld genomen lager dan in de stadswijken. Er staan relatief veel eengezinswoningen, de WOZ-waarde bevindt zich vaak in de middenklasse, en er is een redelijke mix van sociale huurwoningen en koopwoningen. Gezinnen met kinderen komen er vaak voor, waaronder ook wat vaker eenoudergezinnen. Daarnaast is het aandeel ouderen er ook wat vaker oververtegenwoordigd. De gele en groene leefstijl is er het sterkst vertegenwoordigd.

Oude dorpen en gouden randen

Deze wijken zijn een mix van de nieuwste uitbreidingswijken, wijken ?op stand? en ?oude dorpen?. De woningdichtheid is er het laagst, het aandeel koopwoningen, eengezinswoningen en duurdere woningen het hoogst. Er wonen voornamelijk autochtonen, midden en hoge inkomens en gezinnen met kinderen. De blauwe leefstijl is in de meeste wijken relatief sterk vertegenwoordigd, maar ook de gele en groene leefstijl.

definitie

% eenpersoons huishoudens

Definitie:
huishouden bestaande uit een persoon.

Bron: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA); bewerking OBI.
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% bouwjaar tot 1945

Definitie:
woningen met een bouwjaar in de periode tot 1945.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% meergezinswoning zonder lift

Definitie:
woning die tesamen met andere woningen gelegen is in een bouwkundige eenheid zonder ontsluiting door middel van een lift.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% WOZ-waarde middel - 86.000 tot 180.000 euro

Definitie:
woningen met een WOZ-waarde (waardepeildatum 1-1-2014) in de middelste 60 van de totale Rotterdamse voorraad. De hierbij horende ondergrens is 86.000 euro en bovengrens is 180.000 euro.

Bron: Woningen-Bevolking Onderzoeksbestand (OBI).
Peildatum 1-1-2015.


definitie

% m2 objecten met woonfunctie

Definitie:
percentage van de totale oppervlakte (in vierkante meters) van gebouwde objecten in de wijk dat bestemd is voor de functie wonen.

Bron: Kadaster – Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG).
Peildatum 1-1-2013.