Uitgebreide informatie over het Wijkprofiel

Uitgebreide informatie vindt u in een toelichting die is te downloaden als PDF

Antwoorden op uw vragen kunt u mogelijk al vinden bij vragen. Voor alle overige vragen of meer informatie kunt u gebruik maken van het formulier. U kunt ook contact met ons opnemen.


Het hoefijzer

Op deze website vindt u de resultaten van het Wijkprofiel 2014 – 2016. In het ‘hoefijzer’ staan de scores op drie domeinen: fysiek, veiligheid en sociaal. Deze drie domeinen zijn opgebouwd uit een aantal objectieve en subjectieve thema’s, bijvoorbeeld milieu (fysiek), inbraak (veiligheid) en capaciteiten (sociaal).

Het ‘hoefijzer’ laat in één oogopslag zien hoe het spectrum van een wijk op die drie domeinen er uit ziet: wat zijn de (relatief) sterke punten van een wijk (groen), wat de (relatief) zwakke punten (geel)? Door op de kaart van Rotterdam te klikken kunt u het profiel van een gebied bekijken. U ziet dan de scores van de meting 2016. Met de knop ‘vergelijk met 2014’ ziet u de twee metingen naast elkaar. Vervolgens klikt u in het ‘hoefijzer’ op een thema, waarna u in een nieuw scherm de individuele scores kunt zien.
Via de informatieknop naast het hoefijzer krijgt u hulp bij de inhoud van het hoefijzer.

Het Wijkprofiel bevat informatie over de volgende domeinen en thema’s:

Fysiek
(FI)

  • Woonbeleving
  • Vastgoed
  • Openbare ruimte
  • Voorzieningen
  • Milieu

Veiligheid
(VI)

  • Veiligheidsbeleving
  • Diefstal
  • Geweld
  • Inbraak
  • Vandalisme
  • Overlast

Sociaal
(SI)

  • Beleving kwaliteit van leven
  • Capaciteiten
  • Meedoen
  • Leefomgeving
  • Binding


Pacman

De ‘pacman’ figuur laat schematisch zien hoe een wijk er voor staat op de domeinen:

  • fysiek (bijvoorbeeld leegstand van panden, openbare ruimte, woonbeleving)
  • veiligheid (bijvoorbeeld criminaliteit, overlast) en
  • sociaal (bijvoorbeeld schooluitval, woonsituatie, omgang met buurtbewoners).

Elk domein is weergegeven in een kwart van de cirkel. Het linker kwart staat voor de fysieke index, het middelste kwart voor de veiligheidsindex en het rechter kwart voor de sociale index.

Alle cijfers van alle wijken samen zijn het gemiddelde van Rotterdam (lichtgroen). De kleuren per gebied laten zien of het onder of boven het gemiddelde is van Rotterdam.

De kleur van het kwart wordt bepaald door een berekening te maken van het gemiddelde van alle thema’s die bij dit domein horen. De kleur geeft inzicht hoe het zich verhoudt tot het gemiddelde van Rotterdam: een groen domein scoort gelijk of boven het gemiddelde van Rotterdam, een geel kwart betekent een score onder het gemiddelde van Rotterdam. Een legenda van de kleuren is opvraagbaar via het menu ‘legenda tonen’.

In het ‘hoefijzer’ en de ‘pacman’ ziet u een aantal kleuren groen en geel. U kunt de betekenis van deze kleuren opvragen via de legenda die opvraagbaar is via het menu ‘toon legenda’.

U kunt de legenda in uw scherm verplaatsen door deze met uw muis te selecteren, uw muisknop ingedrukt te houden en het kader te verschuiven. Door de muisknop los te laten plaatst u het kader op het scherm waar u dat handig vindt. U kunt de legenda weer verbergen door in het menu te kiezen voor ‘verberg legenda’.


Doorloop

Op de startpagina staat een kaart van Rotterdam. In de kaart zijn de gebieden ingetekend. In elk gebied staat een ‘pacman’; dat is de kern van het Wijkprofiel. Deze ‘pacman’ bevat de samenvattende indexscore voor de domeinen fysiek (linkerpart), veiligheid (bovenpart) en sociaal (rechterpart).

De kleur van de pacman parten geven aan hoe de score is in vergelijking met de nulmeting in 2014: onder (geel), rond (lichtgroen) of boven (groen) het gemiddelde van Rotterdam.

Onder de kaart zijn de indexscores voor de gebieden weergegeven. De indexscores worden zichtbaar door de muis of uw vinger in het plaatje te plaatsen.


Door in de kaart of onder de kaart via de ‘pacman’ een gebied aan te klikken roept u een vervolgscherm op met het uitgebreide wijkprofiel (het ‘hoefijzer’) van dat gebied.

U ziet hier ook de ‘pacmans’ van de wijken in het gebied. U kunt nu een wijk kiezen door op de pacman te klikken. U opent dan het uitgebreide wijkprofiel van de wijk.

Onder de kaart van Rotterdam ziet u een tekst met een link. Deze link brengt u naar een aparte pagina met een beschrijving van de wijk en enkele zogenaamde contextindicatoren. Dit zijn gegevens over de structuur van de wijk, zoals de bevolkingsopbouw en de samenstelling van de woningvoorraad.

Deze korte wijkbeschrijving aangevuld met een set contextindicatoren over de wijken geeft extra achtergrondinformatie om scores uit het wijkprofiel in een context te plaatsen. Toevoeging van een wijktypologie maakt het voor gebruikers mogelijk om wijkscores te vergelijken met ‘vergelijkbare wijken’. De contextindicatoren zijn ook als Excel bestand opvraagbaar via de knop dataset aanvragen in de menubalk.


Door te klikken op het ziet u meer inhoudelijke informatie over het ‘hoefijzer’: door te klikken op de vakjes verschijnt een tekst die u informeert over de inhoud van dat vakje / thema. Via het kruis in de rechter bovenhoek komt u terug in de pagina waar u was.

In het ‘hoefijzer’ kunt u een vakje (thema) selecteren. In het scherm ziet u de indicatoren, die het thema invullen. De waarde die u hier in de grafieken ziet zijn de daadwerkelijke scores: het betreft dan percentages of aantallen per duizend. De waardes worden vergeleken met het gemiddelde van Rotterdam. U ziet hier ook een vergelijking met de cijfers uit 2014, zodat de ontwikkeling goed af te lezen is.

De kleur van het staafje van de wijk geeft aan in hoeverre de score afwijkt van het gemiddelde van Rotterdam ten tijde van de nulmeting in 2014. Zo kunt u gelijk ook zien welke bijdrage de indicator levert aan de samengestelde indexscore van het thema.


Door op deze pagina te kiezen voor de optie score voor vergelijkbare wijken ziet u een grafiek met de indicatorscore voor de wijken die veel overeenkomsten vertonen met de gekozen wijk. De omschrijving van de categorie waartoe deze wijk behoort vindt u via de informatieknop ernaast.

U kunt ook kiezen voor ’score voor alle wijken’. U ziet dan een grafiek met de score van alle wijken en gebieden.

De kleur van het staafje in de grafiek geeft aan in hoeverre de score afwijkt van het gemiddelde in Rotterdam in de meting van 2016.


Onder de naam van de wijk of het gebied kunt u kiezen voor ‘vergelijk met 2014’. U komt dan in een nieuw scherm. Hier ziet u 2 hoefijzers: 1 met de waarden van 2016 (rechts) en 1 met de waarden van 2014 (links). Door met uw muis of vinger over het hoefijzer te gaan ziet u de vergelijkbare vakjes oplichten, zodat u makkelijk de verschillen kunt zien. De staafdiagram aan de rechterkant laat de verandering tussen 2014 en 2016 van de fysieke index, de veiligheidsindex en de sociale index zien.

Als u verder naar beneden scrolt ziet u de verschillen in de waarden uit de fysieke index, de veiligheidsindex en de sociale index weergegeven. De staafdiagram laat zien of een waarde is gestegen of gedaald en geeft het verschil weer. Als u met uw muis over de vakjes van het hoefijzer navigeert ziet u de bijbehorende verschillen in de staafdiagram oplichten.


Als er bij een onderwerp op de site een staat, kunt u hier meer informatie en / of een uitleg over het onderwerp vinden. U vindt hier bijvoorbeeld een uitleg over de thema’s, de definities die bij een grafiek horen of een bronvermelding over de herkomst van de cijfers.

U kunt de meeste afbeeldingen en grafieken downloaden. U klikt op het ‘download’ icoon; de browser die u gebruikt vraagt of u de illustratie wilt opslaan of wilt openen. De plaatjes worden opgeslagen als .png en zijn daarna te openen of te importeren de meeste programma’s. U kunt deze afbeeldingen met bronvermelding (cijfers: gemeente Rotterdam; OBI, Wijkprofiel 2014 – 2016) vrij gebruiken.


Objectief en subjectief

Binnen de thema’s maken we onderscheid in een objectieve en een subjectieve score. De objectieve score gaat over feiten en cijfers, de subjectieve score gaat over meningen.

De objectieve score is opgebouwd uit indicatoren die afkomstig zijn uit diverse registraties of uit enquêtevragen. Rotterdammers is in dat geval gevraagd naar feiten (zoals het behaalde opleidingsniveau) of gedrag (zoals deelname aan maatschappelijke activiteiten). De subjectieve score bestaat uit indicatoren afkomstig uit enquêtevragen, waarbij is gevraagd naar meningen (zoals het hebben van vertrouwen in de overheid) en waarderingen (zoals tevredenheid over de woonsituatie).

Nulmeting en indexscores

De scores over de thema’s worden weergegeven als indexscore, waarbij het gemiddelde van Rotterdam in de nulmeting (2014) op 100 is vastgesteld. Alle scores in de gebieden en de wijken worden berekend en vergeleken met dit stadsgemiddelde. De score van Rotterdam als stad wordt ook vergeleken met de waarde in de nulmeting (2014). Ook op stadsniveau zijn dan ontwikkelingen zichtbaar.

Wijken die speciale aandacht behoeven worden zichtbaar door een score onder de 100 (geel). Relatief sterke kanten van wijken komen naar voren door een score boven de 100 (groen). Het stadsbestuur kan op basis van deze gegevens wijken benoemen, waar bepaalde extra stedelijke inzet gewenst is. Bovendien biedt het Wijkprofiel aanknopingspunten voor overleg met bewoners en samenwerkingspartners. Het geeft input voor het maken van gebiedsplannen. Via deze website hebben alle partijen toegang tot de uitkomsten.

Vervolgmetingen

In de vervolgmetingen worden de ontwikkelingen in de tijd inzichtelijk door het veranderen van scores. Een hogere score staat voor vooruitgang. Het Wijkprofiel zal op twee momenten (begin/einde en in het midden) in een bestuursperiode worden gepubliceerd. Mede op basis van deze informatie kan beleid worden bijgesteld of geïntensiveerd.


Achtergrond methodiek

Het Wijkprofiel kent twee Rotterdamse voorgangers: de Veiligheidsindex en de Sociale Index. Deze indexen zijn opgegaan in het Wijkprofiel en verschijnen niet meer afzonderlijk. De indicatoren uit beide indexen zijn grotendeels overgenomen. Ook zijn er nieuwe indicatoren toegevoegd.

De berekening van de indexscores vindt stapsgewijs plaats vanuit de indicatoren. Als voorbeeld hiernaast kunt u lezen hoe we komen tot de indexscore Fysiek.

De enquêtes

Voor het Wijkprofiel zijn twee grootschalige enquêtes uitgevoerd. Daarvoor zijn twee steekproeven getrokken uit de GBA. In de loop van 2015 hebben 30.000 Rotterdammers meegedaan aan het onderzoek. De ene helft heeft vragen beantwoord over sociale en fysieke onderwerpen en de andere helft over zaken die betrekking hebben op de veiligheid. De personen uit de steekproef konden aan het onderzoek meedoen via internet, het insturen van een schriftelijke vragenlijst of een telefonisch interview. De periode waarin is geënquêteerd liep van eind maart 2015 tot begin november 2015, met een onderbreking in de zomervakantie. Door het onderzoek over een lange periode te spreiden is de gevoeligheid voor incidenten minder groot.

Op enkele uitzonderingen na zijn per wijk 175 tot 300 inwoners (vanaf 15 jaar) daadwerkelijk ondervraagd. In enkele kleine wijken (o.a. Wielewaal, CS-kwartier) bedraagt het aantal ondervraagde inwoners niet meer dan +/- 100. Met deze respons kan op wijkniveau een betrouwbaar beeld worden gegeven van de resultaten. Wel moet men rekening houden met betrouwbaarheidsmarges, zoals gangbaar bij steekproefonderzoek.

Stap 1

De indicatorscore (bijvoorbeeld procent tevreden met de woning) in een wijk wordt omgerekend naar een indexscore. Dit doen we aan de hand van de afwijking van de score in die wijk ten opzichte van het stedelijk gemiddelde.

De standaarddeviatie (SD) wordt gebruikt om de afstand tot 100 (= het stadsgemiddelde) te bepalen:

  • een afstand van 1 keer SD onder het gemiddelde zijn gelijkgesteld aan een indexscore van 60;
  • 2 keer SD onder het gemiddelde zijn gelijkgesteld aan een indexscore van 20 en
  • scores van 1 en 2 keer SD boven het gemiddelde staan dan gelijk aan 140 en 180.

De indexscore kent een minimum van 0 en een maximum van 200. Een score van 100 staat gelijk aan het stedelijk gemiddelde ten tijde van de nulmeting (2014). Deze indexscore wordt voor alle indicatoren en alle wijken berekend.

Stap 2

Van de indexscores van alle indicatoren binnen een thema (bijvoorbeeld Vastgoed – subjectief) wordt het gemiddelde berekend. Deze score is de themascore. Ook de themascore heeft een waarde tussen 0 en 200 en geeft dus aan in hoeverre de gezamenlijke indicatoren afwijken van het stedelijk gemiddelde. Daarbij is het mogelijk dat de samenstellende indicatorscores binnen een thema variatie vertonen en sommige indicatorscores boven het gemiddelde liggen, terwijl andere onder het gemiddelde liggen.

Stap 3

Van alle subjectieve themascores wordt het gemiddelde berekend (bijvoorbeeld Fysiek – subjectief); dit wordt ook met alle objectieve themascores gedaan (bijvoorbeeld Fysiek – objectief). Ook hier geldt dat de samenstellende thema’s variatie kunnen vertonen. De samenvattende score geeft aan hoe de wijk er gemiddeld genomen op de thema’s in subjectieve zin (beleving, waardering) en in objectieve zin (feitelijk) voor staat.