Veel gestelde vragen, staat uw vraag hier niet bij, neem dan contact met ons op.

Voor wie is het wijkprofiel ontwikkeld?

Het wijkprofiel is het monitorinstrument van de gemeente Rotterdam ter ondersteuning van het gebiedsgericht werken. Het wijkprofiel biedt de gemeente en de gebiedscommissies aanknopingspunten voor overleg met bewoners en haar samenwerkingspartners in de wijken. Het wijkprofiel geeft input voor het maken van gebiedsplannen. Via deze website hebben alle partijen toegang tot de uitkomsten.


Hoe lees ik het wijkprofiel?

In het ‘hoefijzer’ van het wijkprofiel zijn de domeinen Veiligheid, Sociaal en Fysiek geordend in thema’s (vakjes). Daarnaast is onderscheid gemaakt in een ring met objectieve scores en een ring met subjectieve scores. Bovendien zijn in de binnenkant drie algemene scores opgenomen over de subjectieve beleving van een domein. Een themascore is gelijk aan het gemiddelde van de indicatorscores die bij dat thema horen.

In het hart van het wijkprofiel is een ‘pacman’ opgenomen waarin de samenvattende score is weergegeven: de veiligheidsindex (VI), de sociale index (SI) en de fysieke index (FI). Deze indexscore is het gemiddelde van de subjectieve en objectieve themascores. Bij de berekening van gemiddelden is geen weging toegepast.


Wat betekenen de indexcijfers?

De indexcijfers in het ‘hoefijzer’ geven een samenvattend beeld van alle indicatoren in de domeinen Veiligheid, Sociaal en Fysiek. Een score van rond de 100 komt overeen met een ‘gemiddelde Rotterdamse score in 2014’. De thema’s met zo’n gemiddelde score (tussen 90 en 110) hebben een lichtgroene kleur.

Een score onder de 100 is ongunstiger dan gemiddeld in Rotterdam in 2014. De thema’s met een score onder het gemiddelde van Rotterdam en een waarde tussen 70 en 90 hebben een lichtgele kleur. Scores van minder dan 70 hebben een donkergele kleur. Hiermee wordt aangegeven dat de score ongunstiger, respectievelijk aanzienlijk ongunstiger is dan gemiddeld in Rotterdam ten tijde van de nulmeting in 2014.

Omgekeerd is een score boven de 100 een gunstigere score dan gemiddeld in Rotterdam in 2014. De thema’s met een score tussen 110 en 130 hebben een middelgroene kleur. Scores van meer dan 130 hebben een donkergroene kleur. Hiermee wordt aangegeven dat de score gunstiger, respectievelijk aanzienlijk gunstiger is dan gemiddeld in Rotterdam ten tijde van de nulmeting in 2014.


Kan ik ook indicatorscores uit het wijkprofiel halen?

De indicatorscores worden zichtbaar door op een themavakje in het ‘hoefijzer’ te klikken. Er opent dan een nieuw scherm met bovenaan de indexscore van het thema en daaronder de indicatorscore van alle indicatoren die bij het thema horen. De indicatorscore is de daadwerkelijke waarde van de indicator, bijvoorbeeld het percentage of het aantal per duizend inwoners. De kleur van het staafje van de wijk geeft aan in hoeverre de indicatorscore afwijkt van het gemiddelde van Rotterdam in 2014. De legenda is via het menu opvraagbaar (>legenda tonen). Zo wordt inzichtelijk gemaakt welke bijdrage de indicator levert aan de samengestelde indexscore van het thema.


Kan ik ook een score van alle wijken zien?

Rechts boven het balkje met de wijkscore kan gekozen worden voor de optie ‘score voor alle wijken’. Vervolgens verschijnt een scherm met in gesorteerde volgorde de score voor alle wijken en gebieden in Rotterdam.

Er kan ook worden gekozen voor de optie ‘score voor vergelijkbare wijken’. In dat geval verschijnt een scherm met een cluster van wijken die qua structuur (o.a. bevolkingsopbouw en opbouw van de woningvoorraad) veel op elkaar lijken en daarmee een referentie bieden voor vergelijking.


Op welke bronnen zijn de cijfers gebaseerd?

De cijfers zijn gebaseerd op registraties en enquêtegegevens. De registraties zijn afkomstig van diverse onderdelen van de gemeente Rotterdam. Daarnaast is gebruik gemaakt van cijfers van de Politie Rotterdam-Rijnmond, Brandweer, CBS, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), UWV, Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM), Woonnet Rijnmond, Bedrijvenregister Zuid-Holland, DCMR Milieudienst Rijnmond en Locatus.

De enquêtegegevens zijn afkomstig uit twee grootschalige onderzoeken: het Wijkonderzoek 2015 en de Veiligheidsmonitor 2015. Deze twee surveys zijn in opdracht van de gemeente Rotterdam uitgevoerd. Er is een overzicht beschikbaar waarin per domein en per thema de gegevensbronnen staan vermeld.


Hoe betrouwbaar zijn de cijfers?

De registraties zijn bedoeld om de werkprocessen van de registratiehouder mogelijk te maken en zijn daardoor in hoge mate betrouwbaar. Toch kunnen ook in brongegevens onjuistheden voorkomen. Er kunnen aan deze cijfers dan ook geen rechten worden ontleend.

De enquêtegegevens zijn gebaseerd op steekproeven en kennen daarom betrouwbaarheidsmarges. De respons is beoordeeld op representativiteit op het niveau van Rotterdam en de gebieden en wijken. Met behulp van statistische weegprocedures is selectiviteit in de respons gecorrigeerd. Afhankelijk van de omvang van de wijk zijn tussen 175 en 350 respondenten per wijk geënquêteerd. Bij enkele kleine wijken moet ten aanzien van enquêtegegevens rekening worden gehouden met ruimere betrouwbaarheidsmarges.


Hoe is de enquête uitgevoerd?

Het veldwerk is door de gemeente Rotterdam Europees aanbesteed en na een gunningsprocedure uitgevoerd door I&O Research te Enschede. Voor het Wijkonderzoek en de Veiligheidsmonitor is dezelfde veldwerkstrategie toegepast:

  • Er is geënquêteerd in twee periodes in 2015: van eind maart tot begin juni en van eind augustus tot begin november. Op deze manier worden seizoensinvloeden en de invloed van incidenten (bijvoorbeeld een overval) gereduceerd.
  • Voor beide enquêtes zijn twee steekproeven (in het voorjaar en in het najaar) getrokken uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA) van Publiekszaken. Respondenten kunnen slechts in één van de steekproeven voorkomen om overvraging te voorkomen. Ook kan per adres slechts één persoon in de steekproef worden opgenomen. Bij de steekproeftrekking is gestratificeerd naar wijk, leeftijd en etniciteit om zodoende een optimale representativiteit te verkrijgen.
  • De personen in de steekproef zijn per brief uitgenodigd om aan het onderzoek deel te nemen. Allereerst is dat door naar een speciale website te gaan, waar men de vragenlijst digitaal kan invullen. Voor mensen die niet over internet beschikken of de vragenlijst liever schriftelijk invullen bestaat de mogelijkheid om een schriftelijk exemplaar op te vragen. De antwoorden zijn na ontvangst opgenomen in het databestand. Twee weken na de eerste uitnodigingsbrief wordt een herinneringsbrief gestuurd, en twee weken daarna een derde brief. Daarin wordt ook aangekondigd dat degenen die op dat moment nog niet hebben meegedaan telefonisch benaderd zullen worden en alsnog de kans krijgen aan het onderzoek mee te doen. Begin november is het veldwerk afgesloten en het databestand opgeleverd. Met deze veldwerkstrategie wordt aan alle groepen respondenten de kans geboden aan het onderzoek mee te doen.

De vragenlijsten kunt u hier bekijken:
vragenlijst Wijkonderzoek 2015
vragenlijst Veiligheidsmonitor 2015


Kunnen Rotterdammers die de Nederlandse taal niet (voldoende) beheersen deelnemen aan het onderzoek?

De gemeente Rotterdam heeft er voor gekozen om bij alle vormen van dataverzameling afname in een vreemde taal mogelijk te maken. Er zijn voor de internet- en schriftelijke afname Engelse en Turkse vragenlijsten beschikbaar. Bij de telefonische dataverzameling is ook afname in het Marokkaans/Arabisch, Berbers en Kaapverdiaans/Portugees gefaciliteerd. Een enkele keer is er ook in een andere taal geïnterviewd.


Zijn de cijfers openbaar?

De cijfers op deze website zijn openbaar en mogen in publicaties met bronvermelding (cijfers: gemeente Rotterdam; OBI, Wijkprofiel 2014 – 2016) worden gebruikt.


Hoe zijn de cijfers berekend?

De meting van 2014 is het vertrekpunt van alle vergelijkingen en geldt als zogenaamde ‘nulmeting’. De nulmeting wordt gezien als het gemiddelde van Rotterdam en gebruikt om het wijkprofiel een indexscore van 100 te geven. De scores van de wijken in 2014 en 2016 worden berekend ten opzichte van het stedelijk gemiddelde van de nulmeting.

De indexscore van elke indicator wordt berekend aan de hand van de afwijking van de score in die wijk ten opzichte van het stedelijk gemiddelde tijdens de nulmeting. Een indexscore van 100 staat dus gelijk aan het Rotterdams gemiddelde van 2014.

Bij de berekening van de indexscore van een wijk wordt de standaarddeviatie gebruikt om de afstand tot 100 (= het stadsgemiddelde in 2014) te bepalen. Vervolgens is de richting van de variabele van belang om te bepalen of een indicator gunstiger of ongunstiger scoort dan het gemiddeld in Rotterdam in 2014. Als bijvoorbeeld een hoger percentage bewoners dan het gemiddelde van Rotterdam ‘diefstal uit auto’s’ als probleem ziet, dan zal de indexscore onder de 100 scoren. Omgekeerd zal bijvoorbeeld een meer dan gemiddelde tevredenheid over het groen in de buurt een indexscore boven de 100 moeten opleveren. De uitersten van de schaal hebben we begrensd op 0 en 200.

Voor een gedetailleerd inzicht in de berekeningswijze en de indicatoren per thema verwijzen wij naar de uitgebreide toelichting.


Wat kan ik wel / niet met de cijfers?

De cijfers zijn geschikt om een goed beeld te krijgen van de situatie in de Rotterdamse wijken op sociaal en fysiek gebied en de veiligheid. Met de meting van 2016 komen veranderingen ten opzichte van de vorige meting in beeld. De vervolgmetingen van de komende jaren zullen een beeld geven van de ontwikkelingen op deze onderwerpen.

Zoals gebruikelijk bij enquêteonderzoek moet bij het interpreteren van de cijfers rekening worden gehouden met betrouwbaarheidsmarges. Deze zijn voor kleine wijken ruimer dan voor grote wijken. De scores moeten daarom eerder als belangrijke indicaties dan als harde feiten worden opgevat. Ze kunnen worden gebruikt als aanknopingspunten voor het aanwijzen van prioriteiten in het beleid. Ze zijn van waarde in combinatie met andere kwantitatieve informatie uit andere bronnen (bijvoorbeeld van woningcorporaties) en kwalitatieve input van professionals en burgers in de wijken.

Het wijkprofiel is niet bedoeld als verklarend instrument. Het geeft geen inzicht in oorzaken van geconstateerde veranderingen. Veranderingen in scores hoeven niet rechtstreeks samen te hangen met gevoerd beleid. Voor het bepalen van de effecten van beleid zijn gedegen beleidsevaluaties de aangewezen weg.


Wanneer wordt het volgende wijkprofiel uitgebracht?

Het wijkprofiel wordt elke twee jaar geactualiseerd. Het eerste wijkprofiel verscheen in 2014. De enquêtes voor het wijkprofiel 2016 werden in 2015 uitgevoerd. Begin 2018 komt het volgende wijkprofiel uit.


Kan ik afbeeldingen opslaan?

U kunt de afbeeldingen opslaan met behulp van het download-icoontje bij de illustraties.